Het is 17 Juni 2010. Het WK is in volle gang, Nederland doet het goed in de poule fase. Nadat ik een bezoekje had gebracht aan mijn vrienden van LVT in Bunnik zie ik ter hoogte van sportcomplex Zoudenbalch dat ik nieuwe tweets heb. Het is een klant die via twitter vraagt of ik langs wil komen. Ik stop even op de parkeerplaats om het adres op te zoeken via de navigatie op mijn telefoon.
Ik staar geconcentreerd naar mijn telefoon en heb daarom niet direct door dat er langzaam een auto naar mijn ijskar rijdt. Ik kijk nonchalant op en zie een Audi met geblindeerde ruiten en een Belgisch nummerbord. Ik vrees meteen het ergste, want de parkeerplaats is uitgestorven. Ik bedenk me snel hoe veel geld ik bij me heb, gelukkig valt het nog mee. De auto stopt voor de ijskar en een raampje gaat langzaam open. Er zit een klein mannetje achter het stuur.
Het kleine mannetje herken ik direct. Met een zacht Belgisch accent vraagt Dries Mertens: ‘Verkoopt u ook ijsjes?’. Mijn hart gaat nog sneller kloppen dan het al deed. DE Dries Mertens vraagt of ik een ijsje voor hem heb. Ik stamel iets in de trant van: ‘Natuurlijk, wat wil je hebben?’. Dries stapt uit en kijkt aandachtig naar mijn assortiment. ‘Hmmm, het liefst neem ik een Ben & Jerry’s maar mijn dieet laat dat niet toe, doe maar een raketje’. We hebben het daarna nog een tijdje over FC Utrecht, zijn blessure (hij is aan het revalideren), ijscomannen (uit België) en het WK. Tussen neus en lippen door voorspeld hij nog even dat Nederland wereldkampioen wordt. Ik ben het daar niet mee eens. Bijdehand als ik ben vraag ik snel nog even of hij samen met mij op de foto wil. Dries stapt subtiel op een putdeksel zodat het lijkt alsof we even groot zijn.
Hij neemt een flinke hap van zijn raket en loopt met een grote glimlach richting de training. Ik pak mijn spullen weer in en ga, eveneens met een grote glimlach, door naar de volgende klant.

