Avonturen van een ijscoman: Fietsen

‘Wat is nou het aller-leukste uit het leven van een ijscoman’ is een vraag die ik vaak gesteld krijg. Ik kan er leuk over vertellen, dus dan vertel ik vaak over de ontmoetingen met vaste klanten die ik via twitter heb leren kennen, de lekkere werktijden, het leuke zakcentje en het feit dat je soms op feestjes herkent wordt in de winter. Maar als ik eerlijk ben is dat het allemaal niet. De mooiste momenten zijn de momenten dat het heerlijk weer is, maar ik geen klanten heb. Niet dat ik geen klanten wil, maar de momenten dat het gewoon niet kan. Dat zijn de momenten dat ik door Utrecht fiets, op weg naar mijn volgende klant.

In mijn vrije tijd ben ik gek van wielrennen, de mooiste sport die er is.  Simpel gezegd gaat wielrennen er om, om zo snel mogelijk van a naar b te gaan, al is dat net zo’n loze bewering als de uitspraak dat voetballers ‘doelloos achter een bal aanrennen’. Als ik haast heb gedraag ik me als een wielrenner. Ik wil als eerste weg zijn bij het stoplicht, hou ik wedstijdjes met (fictieve) tegenstanders om als eerste een verkeersbord te passeren en trap extra bij zodra het stoplicht op oranje springt. De zwaarste stukken zijn de bruggen die ik onvermijdelijk moet beklimmen. Je moet je voorstellen dat ik niet alleen mijn eigen 70 kilo mee naar boven sleep, maar ook een bakfiets vol met ijs. Het totale gewicht dat ik mee naam boven neem is al snel ruim 125 kilo! Om de bruggen dragelijk te maken vergelijk ik ze in mijn gedachten met cols uit de Alpen, Dolomieten en Pyreneeën. Zo noem ik de Vleutensebrug ‘Alpe d’Huez’ (vanwege de haarspeldbochten van het kanaal naar de brug) en vergelijk ik de Prins Clausbrug met de ‘Angliru’ vanwege de steiltegraad die alsmaar oploopt. De beklimmingen zijn zwaar, maar te dankzij het stellen van korte termijn doelstellingen (kom op, tot die putdeksel!!)  kom ik altijd fietsend boven.

Gelukkig zijn er ook momenten dat ik geen haast heb en ik rustig aan kan doen. Ik drijf lekker mee met het verkeer, zwaai naar de rondvaartboten op de gracht en laat me inhalen door oudjes op elektrische fietsen. Het langzame vervoer door de stad geeft me alle tijd om eens om me heen te kijken, en ik kan jullie vertellen dat Utrecht een geweldige stad is om te bekijken vanaf de bakfiets! Van de Amsterdamsestraatweg tot de Uithof, van Wittevrouwen tot Lombok, overal zijn er mooie gebouwen te vinden. Als je 25 jaar lang dagelijks in Utrecht bent raak je aan sommige dingen gewend. Op de bakfiets heb ik geleerd om als een toerist naar Utrecht te kijken. Ik kan jullie allemaal aanraden om eens als toerist naar de dom, de munt of het Galgenwaard stadion te kijken. Je komt de mooiste dingen tegen!

 

Tip: Op het blog van Het is Koers schrijf ik zo af en toe ook een verhaaltje over wielrennen.

Share

Leave a Reply